Andreas, onze vaste
huisviking, is nu drie jaar aan het vliegen. Wij spraken hem na
de opname van dit filmpje, terwijl hij van een welverdiende vakantie
aan het genieten was.
Hoe ben jij er mee in aanraking gekomen?
Zoals iedereen denk ik. Door niet op te geven. Extreme sports zijn
altijd al mijn ding geweest. Ik ben begonnen met parachutespringen
en daarna ben ik gaan base-jumpen. Na een tijdje had ik dat ook
wel weer gezien, en toen hoorde ik geruchten over Sandro en Marcelo.
Wat heb je toen gedaan?
Het was niet makkelijk om die gasten te vinden. Uiteindelijk kwam
ik ze na een paar maanden tegen, nadat ik ze had gevolgd door Brazilië,
Uruguay en Peru. Waarschijnlijk dachten ze dat ik gestoord was,
maar toch namen ze me onder hun vleugels. Drie weken later maakte
ik m'n eerste vlucht.
Hoe was dat?
Te gek. Ik kan het bijna niet beschrijven. Alsof je meedoet aan
een rodeo op een vliegende hagedis van een paar ton. Je krijgt een
adrenalinestoot recht in je hart.
Hoeveel vluchten heb je sinds die tijd gemaakt?
Vijf, inclusief die eerste. Maar ik heb geluk gehad, soms zijn ze
een beetje bokkig.
Die uit je laatste film zag er niet uit alsof hij bokkig was.
Nee, dat was behoorlijk heftig. Op een gegeven moment werd ik naar
voren werd gegooid en beet-ie me bijna in tweeën. Gelukkig
begon hij geen vuur te spuwen. Dat was wel een opluchting. Freestylen
is al moeilijk genoeg.
Heb je toen ook die wond opgelopen?
Ik heb zoveel geluk gehad. Hij schaafde langs mijn been met het
puntje van zijn tanden.
Het ziet er toch uit als een behoorlijke wond, een beetje als de
beet van een haai.
Dat zei ik ook tegen de dokter die me aan het oplappen was in Macapa.
Ik hou er wel een behoorlijk litteken aan over, maar voor de rest
is mijn been binnen een paar maanden wel weer oké.
En wat staat dan op de agenda?
Thailand.
Door Matt
|